Beleidsnota's Federatie en Bisdom
| Dopen: Beleidsnota van de Federatie Eerste Communie: Beleidsnota Federatie Omslag (financiele regelingen ) Beleidsnota van het Bisdom voor alle parochies |
|
december 2007
1. Rond dopen is er
al heel wat werk verzet
In 2005
hebben wij na een
ernstige studie doopafspraken voor de federatie vastgelegd.
Zo
zijn er de doopafspraken van 4 oktober 2005 voor onze federatie
en de
rondzendbrief aan de priesters en diakens van onze federatie van
3
november.
In 2006
zijn wij verder
gegaan met de twee avonden: ‘dopen in onverwachte
noodsituaties’.
Ook
over ‘Dopen in onverwachte noodsituaties’ hebben wij duidelijke
afspraken
gemaakt. Meer: dat jaar zijn er ook vormingsavonden geweest voor
dopers in
noodsituaties.
Heel
wat parochies hebben iemand die deze doop wil toedienen. De
bisschop
heeft
kennis van dit gebeuren maar een
officiële bevestiging heeft hier weinig
zin: het gaat om een plotse noodsituatie.
In
2007
heeft onze bisschop Paul van den Berghe, op voorspraak van
het parochieteam van
het H. Hart te Boom, drie leken gemandateerd
om daar in de parochie het heilig
doopsel toe te dienen.
2. Stand van zaken,
grondoriëntaties
2.A. Gemeenschapsdopen
In de
federatie zijn er nog alleen gemeenschapsdopen. Dit betekent concreet: 1° Er wordt in de federatie niet meer individueel gedoopt. Ook niet wanneer de familie over een eigen priester beschikt. Natuurlijk mag de familiepriester voorgaan in de parochieviering! 2° Het is geen massadoop: per viering drie, maximaal vier kindjes. Beter twee maal een doop die namiddag.. 3° De ouders volgen de gemeenschappelijke voorbereiding van de doop daar waar (in de parochie) hun kindje gedoopt wordt. 2.B. Dopen op vaste data 1° Elke parochie heeft haar vaste maandelijkse datum. 2° Er wordt NIET gedoopt buiten deze data. 3° Ouders kunnen, zonder meer, aansluiten bij een doopviering van een buurparochie, mits in acht name van de plaatselijke geldende afspraken. De voorkeur blijft gaan naar de eigen parochiegemeenschap als kans tot kennismaking met de territoriale parochiegemeenschap en andere ouders uit de woonomgeving. 4° De doopdata worden regelmatig en duidelijk medegedeeld aan de mensen. 2.C Dooppastoraal 1° Elke parochie stelt een ploeg doopcatechisten samen. 2° Elke parochie organiseert voor de betrokken ouders een doopavond, waarin de zin van een christelijk doopsel en het verloop ervan worden besproken. Natuurlijk ook de praktische regeling van de doop. 3° Opzet is de ouders zoveel mogelijk te betrekken zowel inhoudelijk (geloof) als praktisch: o.a. samenstellen van de viering, muzikale omlijsting, drukken van het boekje, … 2.D De sabbat is er voor de mensen Het is zo vanzelfsprekend, maar we vergeten het soms. Natuurlijk zijn er uitzonderingen die een aparte doop vragen: gehandicapt (soms niet!), vorig kindje gestorven, grootouders die vanuit Canada overkomen, gezinssituaties…. 2.E Begeleiding 1° Doopcoördinator van de federatie is Jan Van Gerven 2° Een federaal begeleidingsgroepje heeft zich momenteel gevormd: Christel Bauwens en Manu Henckes, Bert Hellebaut en Jan Van Gerven. Terug naar boven |
En dit vanaf het allereerste begin. De apostel Paulus schrijft reeds over de eucharistie, enkele jaren na de dood van Jezus. En in de evangelies lezen wij hoe Jezus zelf bij Het Laatste Avondmaal de eucharistie instelde: ‘hoe Hij het brood zegende en brak en deelde, hoe hij de beker zegende en ronddeelde aan zijn leerlingen en zei: dit ben Ikzelf, gegeven voor u. Blijf dit doen om mij te gedenken’
Tot voor 1900 was er eigenlijk geen Eerste Communie. Op ongeveer 12-jarige leeftijd werden de kinderen gevormd en deden hun communie. Zij werden dan ook als ‘volwassenen’ bekeken. Paus Pius X bracht die leeftijd op 6-7 jaar: het begin van echt kind zijn en geen kleuter meer. Het eerste leerjaar in de basisschool. Enkele jaren geleden werd de Eerste Communieviering verplaatst naar het tweede leerjaar. Tegelijkertijd voorziet men een langere periode van voorbereiding: twee jaar. Hiervoor zijn echt goede redenen: 1° Het veranderde geloofsklimaat Vroeger was de wekelijkse eucharistieviering – mis horen – vanzelfsprekend voor bijna iedereen. Eucharistievieren werd als het ware met de paplepel aangereikt. Nu is de situatie helemaal anders. ‘Naar de mis gaan’ is niet meer vanzelfsprekend. Integendeel. In sommige ‘katholieke’ scholen doet soms maar de helft (of minder) van de kinderen hun Eerste Communie. Dit houdt in dat ook het godsdienstonderricht ook in de katholieke scholen rekening moet houden met deze nieuwe situatie. En ook heel wat ouders zijn de weg naar de kerk verloren. Zo wordt het al dan niet meedoen met de Eerste Communieviering steeds meer een persoonlijke keuze. Er is meer tijd nodig, zowel voor ouders als kinderen, om ‘thuis te komen’ en (in) te groeien naar de eucharistie. Daarom is er gekozen voor een voorbereiding van twee jaar. 2° Kinderen in hun 8ste levensjaar kunnen veel meer. Ja, het lieflijke van de kleine kindjes is verdwenen. Maar de kinderen zelf zijn veel meer bewust van wat er gebeurt. Zij verstaan en kunnen veel meer aan. 3° Geleidelijkheid en geen overvraging Door de voorbereiding over twee jaar te spreiden krijgen kinderen en ouders rustig de tijd om actief mee te werken aan de voorbereiding, de catechese van de Eerste Communie, om de parochie en Jezus beter te leren kennen. Het programma én van ouders én van kinderen is soms al overladen vol.
Zo blijft duidelijk de voorkeur om de Eerste Communie te vieren in de eigen parochiekerk. Een goede samenwerking met de school is zeker aangewezen, indien mogelijk. Leerkrachten kunnen vanuit hun beroepservaring heel wat kennis bijbrengen. In de school krijgen de kinderen ook het godsdienstonderricht over de eucharistie Maar parochie en ouders mogen zich niet verschuilen achter ‘de school’. Godsdienstbeleving én -opvoeding blijft eerst en vooral een taak van ouders en parochie.
Zo worden er elk jaar 7-jarige kinderen gedoopt, meestal in een zinvolle voorbereidende gezinsviering. Een doopselbewijs vragen wij niet: Wel vragen wij aan de ouders een schriftelijke bevestiging dat hun kind gedoopt is. Hiervoor worden de nodige formulieren rondgedeeld. Dit formulier kan later ook dienen voor het H. Vormsel 5 Catecheseouders en catechisten Wij zijn enorm blij en dankbaar dat elk jaar opnieuw ouders zich willen engageren voor het begeleiden van de catechese. Voor velen van hen betekent dit een persoonlijke gelovige herbronning die deugd doet. Tegelijkertijd willen wij blijven zoeken naar catechisten: mensen die meer dan twee jaar mee op weg gaan, en die door hun ervaring de nieuwe catecheseouders kunnen bijstaan en begeleiden. Wij beseffen heel goed dat dit een hele opgave is en niet altijd realiseerbaar. 6 Een netwerk van catechese De laatste jaren is er in onze parochies een netwerk aan het groeien: ouders, begeleiders, catechisten, school, parochie: allen werken samen voor een zinvolle voorbereiding en viering van de Eerste Communie. In meerdere parochies blijft men de ouders uitnodigen ook na de Eerste Communieviering verder mee te doen. Om al die goede dingen die gebeuren kunnen we alleen maar blij zijn, ook al blijft de uitdaging naar morgen groot. Van harte. De federatieploeg 14 oktober 2009 Terug naar boven |
|
Algemene
inleiding
Naast en los van het parochiecentrum komt
er in elke parochie geld binnen van omhalingen, bestellingen
van misintenties, betaalde huwelijken en uitvaartdiensten,
offerblokken, e.d.m. Deze gelden worden gestort op een
“parochierekening” en van daar uit verdeeld volgens een vast
stramien dat op diocesaan niveau is vastgelegd in de “Omslag
Parochies”.
De parochie als canoniek autonome
entiteit fungeert op burgerlijk vlak als een afdeling van de
dekenale vzw. Toch behoudt elke parochie haar eigenheid,
zoals beschreven in het Huishoudelijk Reglement. Dit blijkt
onder meer uit de benaming van de gebruikte bankrekeningen
zoals opgenomen in bijlage 7 van het Huishoudelijk
Reglement. Deze bankrekeningen worden beheerd door de lokale
verantwoordelijken, zijnde de pastoor en / of enkele leden
van het PT of van het financieel comité die daartoe van de
Raad van Bestuur een schriftelijke volmacht gekregen hebben.
Terug naar boven
HET
MISSTIPENDIUM
Inleiding
Daar de priesters hun leven
in dienst stellen van de Heer, is het normaal dat zij kunnen
leven van het altaar. Daarom brachten de gelovigen van
oudsher op zon- en feestdagen gaven in natura mee naar de
kerk. Deze dienden enerzijds om de priesters in staat te
stellen in hun levensonderhoud te voorzien en anderzijds om
armen en behoeftigen te ondersteunen. Het misstipendium is
ontstaan in de middeleeuwen. Men droeg gedurende de
weekdagen (niet op zon- en feestdagen) missen op voor de
overledenen. Door de tijd waren er misbruiken ontstaan. Het
concilie van Trente heeft toen orde op zaken gesteld en
wetten uitgevaardigd die nu nog van toepassing zijn. Deze
werden opgenomen in het wetboek van canoniek recht (laatste
herwerking: advent 1983). Door de eeuwen heen heeft men in
ons land vastgehouden aan het misstipendium. Dit is geen
vergoeding voor de eucharistie want sacramenten in de kerk
zijn kosteloos. Het is wel een bijdrage van de gelovigen met
als bedoeling de uitvoering van het sacrament mogelijk te
maken en tevens bij te dragen tot de leefbaarheid van de
kerk.
Het misstipendium bestaat
uit twee delen:
a) de kern, zijnde het
gedeelte, bestemd voor de celebrant
b) de mantel, zijnde het
gedeelte bestemd voor de Kerkfabriek en / of de parochie
Dit is in overeenstemming met het wetboek van canoniek recht waarin staat: "De christengelovigen die een stipendium aanbieden om de mis voor hun intentie te laten opdragen, dragen bij tot het welzijn van de kerk en nemen met die gave deel aan haar zorg om de bedienaars en werken te ondersteunen." (canon 946). En canon 947 vermeldt: "Van misstipendia moet zelfs elke schijn van handel of winstbejag volstrekt geweerd worden." Voornaamste richtlijnen Elke zondag en op de vier verplichte feestdagen zal de aangestelde pastoor een mis celebreren voor zijn parochianen (missa pro grege). Hiervoor ontvangt hij geen stipendium. Een pastoor die de zorg heeft over meerdere parochies moet slechts één mis op de vastgestelde dagen voor zijn parochianen celebreren (canon 534 § 2). Om beurt zal elke priester die in solidum benoemd is de verplichting op zich nemen om op zon- en feestdagen een mis te celebreren voor het gelovige volk (zelfde canon). Ongeacht het aantal missen dat priesters per dag celebreren zullen zij slechts de kern van het stipendium van één mis voor zichzelf mogen houden. De kern van het stipendium voor de tweede, eventueel derde mis (de zogenaamde binaties), dient regelmatig doorgegeven te worden aan het bisdom. Wanneer er voor één viering verschillende intenties worden gevraagd (wat tegenwoordig nogal eens gebeurt voor de vieringen van het weekend) zal men deze intenties herhalen op een weekdag waar er geen intentie is ofwel de kern van het stipendium ervan overmaken: a. aan het bisdom waar deze intenties kunnen opvragen zolang de voorraad strekt. b. aan een confrater die te weinig intenties heeft. c. aan een religieuze congregatie, eventueel missionaris. De eerlijkheid gebiedt ons te zorgen dat voor elk stipendium dat ons wordt aangeboden werkelijk eenmaal de eucharistie gevierd wordt. De mantel van het stipendium wordt verdeeld binnen de parochie waar de intentie is binnengekomen. Vaststelling van het tariefHet is de gewoonte dat in ons land om de 10 jaar de tarieven van de missen herzien worden. De kern van het stipendium (= deel van de celebrant) wordt door de Bisschoppenconferentie vastgesteld (canon 952,2). Het bedrag en de verdeling van de mantel wordt overgelaten aan elk bisdom. In ons bisdom wordt die mantel gelijkelijk verdeeld over de Kerkfabriek en de parochie. In haar vergadering van 14 juni 1993 heeft de Belgische Bisschoppenconferentie de kern op 5 EUR gebracht. Sindsdien is in het bisdom Antwerpen volgend tarief gangbaar: 5 EUR voor de celebrant 2,5 EUR voor de parochie 2,5 EUR voor de Kerkfabriek Priesters die privaat de mis celebreren (b.v. een bejaarde priester die thuis mis leest of de rector van een bejaardentehuis) kan alleen het deel van de celebrant (de kern) ontvangen. De Gregoriaanse Dertigsten worden beschouwd als gewone misintenties. Het tarief en de verdeling zijn dezelfde als voor de gewone misintenties (zie ook excel toepassing “Omslag Parochies”)
|